ECLI:NL:GHSHE:2013:1463
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vergoeding proceskosten en onrechtmatig procederen
In deze civiele zaak vordert appellant vergoeding van werkelijke proceskosten uit een eerdere procedure, stellende dat er sprake was van onrechtmatig procederen door de Rabobank. Het hof verwijst naar het eerdere vonnis van de rechtbank Maastricht en het tussenvonnis en behandelt het hoger beroep.
Appellant had het griffierecht tijdig voldaan, maar aanvankelijk was dit niet geregistreerd door een betaling aan een verkeerd rekeningnummer, opgegeven door de griffie. Dit leidde tot een korte onzekerheid over de ontvankelijkheid van het beroep, maar het hof concludeert dat appellant geen verwijt treft.
Het hof oordeelt dat er geen onrechtmatig procederen was in de eerdere procedure en dat het vonnis over proceskosten op grond van artikel 237 Rv Pro geen gezag van gewijsde heeft voor de huidige vordering die op onrechtmatige daad is gebaseerd. De rente over de proceskosten wordt toegewezen omdat de wederpartij in verzuim was. De kosten van de aktewisseling worden tussen partijen gecompenseerd. De zaak wordt verwezen naar de rol voor het nemen van de memorie van grieven.
Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar de rol voor het nemen van de memorie van grieven en verdere beslissing wordt aangehouden.