Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 251182 KG ZA 12-333)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
- [zoon] (hierna: [zoon]), op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats], Schotland, Groot-Brittanië;
- [dochter] (hierna: [dochter]), op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats].
- haar verlof te verlenen om de beschikkingen van het gerechtshof ’s-Gravenhage d.d. 22 december 2004 en 14 april 2010 en de beschikking van de rechtbank Breda d.d. 22 mei 2012 ten uitvoer te leggen bij lijfsdwang tot een bedrag van € 60.115,49, te vermeerderen met de vanaf 1 maart 2012 onbetaald gelaten termijnen, is voldaan;
- de man te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over voormeld bedrag van € 60.115,49 en over de na 1 maart 2012 onbetaald gelaten verschenen termijnen, vanaf de dag der opeisbaarheid tot aan de dag der algehele voldoening;
- de man te veroordelen in de kosten van de procedure.