ECLI:NL:GHSHE:2013:2405

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
14 mei 2013
Publicatiedatum
27 juni 2013
Zaaknummer
HD 200.082.970-01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 194 lid 4 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake brandverzekering en deskundigenrapporten over merkelijke schuld of opzet

In deze civiele zaak staat een geschil tussen Achmea Schadeverzekeringen N.V. en een particuliere verzekerde centraal over de vraag of sprake is van merkelijke schuld of opzet in het kader van een brandverzekering. Het hof 's-Hertogenbosch behandelt het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Breda van 2 februari 2011.

Na een eerder tussenarrest van 19 maart 2013 heeft het hof partijen de gelegenheid gegeven zich uit te laten over de vervanging van deskundige Mommers voor de beantwoording van specifieke vragen (vragen 4 en 5). Beide partijen hebben op 16 april 2013 een akte ingediend met elk een andere deskundige als voorstel.

Achmea reageerde op het voorstel van de wederpartij, maar de tegenpartij heeft verklaard de akte van Achmea niet vooraf te hebben ontvangen, waardoor hij niet kon reageren in zijn eigen akte. Het hof heeft daarop besloten de tegenpartij alsnog gelegenheid te geven om beknopt te reageren.

Vervolgens zal het hof overgaan tot de benoeming van een nieuwe deskundige voor beantwoording van de vragen, waarna verdere beslissingen worden aangehouden. De zaak is verwezen naar de rol van 28 mei 2013 voor het indienen van de reactie van de tegenpartij.

Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar de rol van 28 mei 2013 voor een nadere reactie van de tegenpartij over de benoeming van een nieuwe deskundige.

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.082.970
arrest van 14 mei 2013
in de zaak van
ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
(voorheen N.V. Interpolis Schade)
gevestigd te [vestigingsplaats],
appellante in principaal appel,
geïntimeerde in incidenteel appel,
advocaat: mr. B.M. Stroetinga,
tegen:
[de man],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde in principaal appel,
appellant in incidenteel appel,
advocaat: mr. M.F.J.J.M. Tijssen,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 19 maart 2013 in het hoger beroep van het door de rechtbank Breda onder zaak/rolnr. 207999/HA ZA 09-1547 gewezen vonnis van 2 februari 2011.

17.Het tussenarrest van 19 maart 2013

Bij genoemd arrest heeft het hof met inachtneming van artikel 194 lid 4 Rv Pro partijen in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de vervanging van deskundige Mommers (voor beantwoording van de vragen 4 en 5, genoemd in het tussenarrest van 26 februari 2013). Voor het overige is iedere verdere beslissing aangehouden.
Daarbij achtte het hof het gelet op een goede voortgang van de zaak geraden dat partijen hun akte gelijktijdig zouden nemen. In dit verband is aan partijen opgedragen hun akte uiterlijk een week voorafgaande aan de roldatum waarop deze moest worden genomen aan elkaar toe te zenden, zodat op de inhoud van de akte van de wederpartij kon worden gereageerd met een zeer beknopte reactie onder de eigen akte (r.o. 15.4. van het tussenarrest).

18.Het verdere verloop van de procedure

18.1.
Op de rol van 16 april 2013 hebben beide partijen een akte genomen en daarin ieder een andere deskundige voorgesteld voor beantwoording van genoemde vragen 4 en 5.
18.2.
Achmea heeft in haar akte tevens gereageerd op het voorstel van [geïntimeerde].
18.3.
[geïntimeerde] heeft in zijn akte meegedeeld dat hij, in weerwil van bovengenoemde instructie van het hof, de akte van Achmea niet op voorhand heeft ontvangen, zodat hij daar niet op heeft kunnen reageren in zijn eigen akte.
18.4.
Gelet hierop, zal het hof [geïntimeerde] alsnog in de gelegenheid stellen om op korte termijn beknopt te reageren op de akte van Achmea.
18.5.
Vervolgens zal het hof overgaan tot benoeming van een nieuwe deskundige voor beantwoording van genoemde vragen 4 en 5.
18.6.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

19.De uitspraak

Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 28 mei 2013 voor akte van de zijde van [geïntimeerde], uitsluitend met het in rechtsoverweging 18.4. vermelde doel;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. T. Rothuizen-van Dijk, M.B. Beekhoven van den Boezem en P.M. Arnoldus-Smit en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 14 mei 2013.
dsheer