Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte],
- I. gelet op de inhoud van de teksten van het rapnummer, bij aangever in redelijkheid niet de vrees kon ontstaan dat hij van het leven zou worden beroofd en het opzet van verdachte (ook niet in voorwaardelijke zin) niet was gericht op het bedreigen van aangever;
- II. niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 1] enerzijds en[medeverdachte 2] anderzijds bij het gezamenlijk (laten) plaatsen van de videoclip.
(gemaakt). (…) De video’s hebben een te groot bestand om te verzenden via MSN, waardoor ik eigenlijk voor hen de video’s op YouTube plaatste. Via MSN en YouTube geven de rappers
(aan)hoe zij het filmpje met de rapsong vinden. Het is een keer gebeurd dat ik een filmpje heb aangepast op hun verzoek.”
Medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
- de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
- de omstandigheid dat verdachte zich medeschuldig heeft gemaakt aan bedreiging van een lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, middels een voor iedereen toegankelijke en veel bekeken internetsite, terwijl bovendien algemeen bekend is en verdachte dus ook heeft geweten, dat de heer G. Wilders wegens veelvuldige bedreigingen persoonlijke bescherming nodig heeft;
- de omstandigheid dat verdachte met zijn handelen inbreuk heeft gemaakt op een belangrijk uitgangspunt in een democratische rechtstaat: onenigheid over (politieke) opvattingen mag niet leiden tot toepassing van geweld of dreiging met geweld. Een politicus moet in vrijheid en zonder geïntimideerd te worden zijn standpunten kunnen uitdragen.
- de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d.
- de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
taakstrafvoor de duur van
50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.