Uitspraak
1.[geintimeerde 1.],
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 446191 CV EXPL 11-4372)
9 november 2011 waarbij een comparitie van partijen is gelast. Van de comparitie, gehouden op 19 december 2011, is proces-verbaal opgemaakt.
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
- De aangrenzende gevels vertonen verzakkingen.
- Scheurvorming in de binnenwanden (niet constructief).
- Niet alle vloeren zijn waterpas
- Er is verticale verplaatsing waargenomen die zou kunnen duiden op ongelijke zetting.”
1 september 2010 om 16.30 uur op de hoogte gesteld en [appellant] uitgenodigd om het vervolgonderzoek bij te wonen.
Waar de linker buitengevel van de aanbouw op de hoofdbouw aansluit, is een verticale plank aanwezig. Door die plank werd de gapende scheurvorming tussen hoofdbouw en aanbouw aan het oog onttrokken. Pas na sloop bleek dat deze gapende scheur gevuld was met pur-schuim.
- een verzakt fundament;
- losgetrokken balken en mankerende verankering als gevolg van de scheefstand van de
- losstaande buitenmuren;
- scheurvorming in de binnenspouwbladen van de aanbouw;
- scheurvorming in de achtergevel van de woning.”
- herstel van gebreken € 20.451,34
- kosten EFF EFF Bouwpathologie € 1.615,07.
Ten dele mist dat verwijt feitelijke grond; uit de begroting van EFF EFF Bouwpathologie blijkt dat daarbij enkel rekening is gehouden met de ruwbouw; kozijnen, deuren, ramen worden hergebruikt en de inrichting is niet meegenomen.
Dat laat onverlet dat de enkele omstandigheid dat na herbouw [geintimeerde 1.] c.s.een aanbouw krijgen welke "nieuwer" is dan de oude was, voorlopig - als het goed is - minder onderhoud nodig zal hebben en - gerekend vanaf de datum van herstel - naar verwachting langer mee zal gaan dan de resterende levensduur van de oude aanbouw, een verrijking van [geintimeerde 1.] c.s. inhoudt. [geintimeerde 1.] c.s. hebben hierom echter niet gevraagd; dit is het onvermijdelijke gevolg van de noodzaak tot herstel. Het toekennen van een aftrek wegens nieuw voor oud zou er dan toe leiden dat als gevolg van voor rekening van [appellant] komende omstandigheden aan [geintimeerde 1.] c.s. een ander bestedingspatroon zou worden opgedrongen dan waarvoor zij zelf konden kiezen. Anders dan [appellant] betoogt mocht de kantonrechter de schade abstract berekenen. Nu [appellant] voorts niet concreet heeft gesteld in hoeverre en waarom het bedrag van € 20.451,34 te hoog is, zal ook het hof daar vanuit gaan. De grief faalt.
5.De uitspraak
18 juni 2013.