Uitspraak
5 Het verdere verloop van geding in hoger beroep
6.De gronden van het hoger beroep
7.De beoordeling
- a) verklaring van [arts-assistent chirurgie], arts-assistent chirurgie en [chirurg], chirurg, van het Maasland Ziekenhuis van 24 juli 1997 dat [geïntimeerde] daar van 14 juli 1997 tot 17 juli 1997 opgenomen is geweest, dat hij zeer kortdurend buiten bewustzijn is geweest zonder amnesie, en dat hij na het ongeval pijnklachten aangaf in de nek en rechterschouder, dig V linkerhand en de rechter knie.
- b) dr. [neuroloog 1.], neuroloog, d.d. 19 februari 1998, op verzoek van de bedrijfsarts van DSM, en drs. [klinisch neuropsycholoog], klinisch neuropsycholoog, d.d. 9 en 16 januari 1998 op verzoek van dr. [neuroloog 1.]: duidelijke aanwijzingen voor hersenfunctie stoornissen. De beperkingen leveren voor hem dagelijks vele frustraties op. Hij mist zijn werk. Depressieve gevoelens gaan steeds meer de boventoon voeren. Lichte werkzaamheden zouden op den duur mogelijk kunnen zijn.
- c) verklaring van [huisarts van geintimeerde], huisarts van [geïntimeerde], d.d. 20 februari 1998:[geïntimeerde] was tot het ongeval een gezonde ongecompliceerde jongeman. Ongeval met flexie/deflexie trauma, met rechter cuff laesie. Thans post traumatisch stress syndroom, met depressie, en geheugenstoornis. Er is nog geen gerichte behandeling gestart.
- d) drs.[fysiotherapeut], fysiotherapeut, aan de medisch adviseur drs. [medisch adviseur], d.d.
- e) drs.[neuropsycholoog Geheugenpolikliniek azM], neuropsycholoog Geheugenpolikliniek azM op verzoek van de huisarts, d.d. 2 juni 1998: zeer geringe mentale belastbaarheid, evidente vertraging van het mentale tempo, beperkingen in aandacht en concentratie en in inprenting van verbale informatie, met name onder tijdsdruk. Snel vermoeid en ontmoedigd.
De klachten van betrokkene passen zeer wel bij een traumatisch hersenletsel. Wel zijn de geobserveerde cognitieve beperkingen en de ernst van het klachtenpatroon groter dan op grond van de ernst van het hersentrauma mag worden verwacht. Acceptatieproblemen staan dan ook zeer nadrukkelijk op de voorgrond. Het ongeval heeft bij betrokkene een dramatische cesuur in zijn leefpatroon gebracht. Betrokkene was gewend….veel en hard te werken. Daarnaast was hij een fanatiek sporter. Op dit moment komt hij echter tot niets meer. …..”
- f) dr. [neuroloog 2.], neuroloog, d.d. 2 februari 2000, op verzoek van Medas medische adviseurs schaderegelingen: hij concludeert dat ongevalsgevolg zijn een commotio cerebri van lichte aard, schaafwonden (hersteld), rechterschouderkapsel letsel (hersteld), myogene nek- en hoofdpijnklachten, subjectieve cognitieve klachten, acceptatie- en verwerkingsproblematiek. Geen ongevalsgevolg zijn: nekklachten na eerder bromfietsongeval (hersteld), psoriasis, mediane meniscusoperatie rechts, rechter schouder uit de kom, liesbreukoperatie rechts.
- g) [klinisch neuropsycholoog 2.], klinisch neuropsycholoog, d.d. 14 augustus 2000, op advies van [medisch adviseur Medas], medisch adviseur Medas en door tussenkomst van dr. [neuroloog 2.]: zijn conclusie luidt dat de cognitieve klachten van [geïntimeerde] gezien kunnen worden als reactief in samenhang met een somatoforme en/of depressieve ontwikkeling, waarbij acceptatie- en verwerkingsproblematiek centraal staat.
- h) dr. [neuropsycholoog], neuropsycholoog, d.d. 20 maart 2001, op verzoek van bureau[bureau]: hij stelt vast dat bij [geïntimeerde] sprake is van energieverlies, cognitieve veranderingen, pijnsensaties die toenemen na inspanningen, emotionele reacties. Hij classificeert de klachten als een post-commotioneel syndroom en acht het plausibel dat [geïntimeerde] door het ongeval ook een nekletsel heeft opgelopen. De huidige klachten en afwijkingen beoordeelt hij als een direct ongevalsgevolg die zonder ongeval niet zouden zijn ontstaan.
- i) Rapport van de verzekeringsarts van het UWV d.d. 31 maart 2003: [geïntimeerde] ontwikkelde na het ongeval depressieve klachten en klachten passend bij whiplash, serieuze cognitieve klachten en schouderklachten, verbetering niet meer te verwachten, medische situatie ongewijzigd; [geïntimeerde] wordt symptomatisch behandeld, activiteiten zijn nihil. Aansluitend rapporteert de arbeidsdeskundige van het UWV op 4 juni 2003 dat de beperkingen niet zijn afgenomen, dat de verzekeringsarts de zeer beperkte belastbaarheid bevestigt, dat er forse beperkingen op lichamelijk en psychisch gebied zijn, dat het loonverlies 100% bedraagt en dat [geïntimeerde] niet in staat wordt geacht tot loonvormende arbeid.
hronische dagelijkse hoofdpijn van het spierspanningstype en nekpijn en daarvan afgeleide klachten zoals concentratiestoornissen en geheugenstoornissen bij een thans 54-jarige man die op 14-07-1997 door een verkeersongeval een licht schedelhersenletsel categorie 2 heeft opgelopen. De huidige klachten zijn in aansluiting op dit ongeval ontstaan en ondanks vele pogingen tot behandeling niet zodanig verminderd dat de erdoor ontstane ervaren beperkingen zijn afgenomen. Bij neurologisch onderzoek zijn er thans geen afwijkingen. Deze zijn in het verleden ook niet gedocumenteerd. Het beeld is in grote lijnen conform dat wat eerder door de neurologen [neuroloog 1.] en [neuroloog 2.] is vastgesteld…..”
dat[geïntimeerde] door het ongeval beperkingen ondervindt bij zijn mogelijkheden tot het verrichten van arbeid en zelfwerkzaamheid staat maar het oordeel van het hof reeds voldoende vast, terwijl de vraag
in welke omvangdat het geval is, nog nader aan de orde zal komen.
- dat binnen DSM de pensioengerechtigde leeftijd 65 jaar is
- dat op basis van vrijwilligheid gebruik kan worden gemaakt van een prepensioenregeling vanaf 62 jaar; [geïntimeerde] nam daaraan geen deel (droeg geen premies daarvoor af)
- dat weinig werknemers de pensioengerechtigde leeftijd als brandwacht/bevelvoerder (de functie die [geïntimeerde] zonder ongeval waarschijnlijk zou hebben bereikt) bereiken, maar dat deze medewerkers passend herplaatst worden met een gehele of gedeeltelijke vergoeding van de uit de herplaatsing voortvloeiende loonderving, zodat de in het jaarverslag gepubliceerde cijfers niet terzake doen
- dat [geïntimeerde] herplaatst had kunnen worden in de staforganisatie of in het bedrijfsbureau (functies in dagdienst).
(HR 1 oktober 2010, LJN BM7808).
7 mei 2002, in totaal (afgerond) 37 uren tegen een uurtarief dat oploopt van € 148,84 tot
€ 180,--, in totaal € 6.213,77 excl. btw. Daarnaast heeft[bureau] een bedrag van € 900,75 voor een actuariële schadeberekening in rekening gebracht.
5.De uitspraak
15 maart 2006 en 8 november 2006;