Norad B.V. vorderde betaling van €24.243,04 van [geïntimeerde], die zich als borg had gesteld voor leveringen aan installatiebedrijf “De Installateur”. De rechtbank had een deel van het beroep op verrekening toegewezen, waardoor [geïntimeerde] minder hoefde te betalen.
In hoger beroep betoogde Norad dat verrekening door de borg niet mogelijk was, omdat de waarde van opgehaalde materialen al op 2 februari 2012 was verrekend met oudere vorderingen van Norad op het installatiebedrijf. Het hof stelde vast dat [geïntimeerde] het bestaan van een tegenvordering moest bewijzen, wat niet was gelukt. Brieven van latere datum waren onvoldoende bewijs dat de tegenvordering nog bestond.
Het hof vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en veroordeelde [geïntimeerde] tot betaling van het volledige bedrag van €24.243,04, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. De borg kon zich niet beroepen op verrekening omdat de tegenvordering reeds was verrekend.