Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte],
- feit 1 (opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing met gemeen gevaar voor goederen en opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing met gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander);
- feit 2 (diefstal in vereniging met braak) en
- feit 5 (diefstal in vereniging).
hij op of omstreeks 9 november 2011 in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door toen en aldaar in de hal, althans in het gebouw, van het Sint Maartenscollege (gelegen aan de Bemelerweg 1) (knal)vuurwerk aan te steken, in elk geval (een) explosief voorwerp/materiaal in aanraking te brengen met open vuur, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de inboedel en/of het gebouw van het Sint Maartenscollege, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich in het gebouw van het Sint Maartenscollege bevindende personen (onder meer [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1]), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;
hij op of omstreeks 19 maart 2012 te Gronsveld, in de gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres benadeelde 3] heeft weggenomen (onder meer) een digitale fotocamera (merk Sony) en/of een sleutelbos en/of een herenhorloge en/of een bankpas en/of een GSM (merk Samsung), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
hij op of omstreeks 1 maart 2012 in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (elektrische) fiets (merk Gazelle), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).
hij op 9 november 2011 in de gemeente Maastricht opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door toen en aldaar in de hal van het Sint Maartenscollege (gelegen aan de Bemelerweg 1) knalvuurwerk aan te steken, in elk geval een explosief voorwerp/materiaal in aanraking te brengen met open vuur, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de inboedel van het Sint Maartenscollege en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich in het gebouw van het Sint Maartenscollege bevindende personen (onder meer [benadeelde 2] en [benadeelde 1]) te duchten was;
hij op 19 maart 2012 te Gronsveld, in de gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres benadeelde 3]heeft weggenomen onder meer een digitale fotocamera (merk Sony) en een GSM (merk Samsung), toebehorende aan [benadeelde 3], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak.
bij voorkeur(hof: cursief) worden toegepast in het kader van de GBM in plaats van het kader van de voorwaardelijke veroordeling.
BESLISSING
5 ten laste gelegdeheeft begaan en
spreektde verdachte daarvan
vrij.
bewezendat de verdachte het onder
1 primairen
2 ten laste gelegde heeft begaan.
189 (honderd negenentachtig) dagen.
90 (negentig) dagen,niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of t.b.v. vaststelling identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet Pro op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
bijzondere voorwaardedat de verdachte zich gedurende de proeftijd stelt onder toezicht van de jeugdreclassering en zich zal gedragen naar de aanwijzingen, door of namens deze instelling te geven, ook indien dit inhoudt het volgen van een ambulante behandeling of training/therapie bij de polikliniek voor forensische -en orthopsychiatrie voor jeugdigen ‘Sedna’ te Maastricht of een vergelijkbare instelling.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] (feit 1)
EUR 6.538,57 (zesduizend vijfhonderd achtendertig euro en zevenenvijftig cent) bestaande uit EUR 1.538,57 (duizend vijfhonderd achtendertig euro en zevenenvijftig cent) materiële schade en EUR 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
EUR 6.538,57 (zesduizend vijfhonderd achtendertig euro en zevenenvijftig cent) bestaande uit EUR 1.538,57 (duizend vijfhonderd achtendertig euro en zevenenvijftig cent) materiële schade en
10 (tien) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 1)
EUR 824,49 (achthonderd vierentwintig euro en negenenveertig cent) bestaande uit EUR 74,49 (vierenzeventig euro en negenenveertig cent) materiële schade en EUR 750,00 (zevenhonderd vijftig euro) immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
EUR 125,00 (honderd vijfentwintig euro).
EUR 824,49 (achthonderd vierentwintig euro en negenenveertig cent) bestaande uit EUR 74,49 (vierenzeventig euro en negenenveertig cent) materiële schade en EUR 750,00 (zevenhonderd vijftig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
3 (drie) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.