Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 145157 / HA ZA 09-1336)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het arrest van 14 juni 2011 van dit hof, waarbij de zaak naar de rol is verwezen voor memorie van grieven;
- de memorie van grieven in principaal appel met producties;
- de memorie van antwoord in principaal appel met producties en memorie van grieven in incidenteel appel;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel met producties;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd en waarbij mr. Spera zonder bezwaar van mr. Laeyendecker (die voor mr. Vermeeren heeft gepleit) een productie, die eerder in de procedure ontbrak, aan zijn pleitnotitie heeft gehecht.
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
- [geïntimeerde] heeft zonder de vereiste vergunning, als (zelfstandig) financieel adviseur of tussenpersoon of effectenbemiddelaar, bemiddeld bij zijn belegging in obligaties van [Investeringsmaatschappij];
- [geïntimeerde] heeft hem, voordat hij zijn beleggingskeuze maakte, medegedeeld dat deze belegging zonder risico was, hetgeen naar zij moest weten niet waar was, en zij heeft aldus haar zorgplicht verzaakt.
- heeft gezegd dat de belegging zonder enig risico was en
- heeft gegarandeerd dat de belegging en het rendement zouden worden terugbetaald
‘Op 7 juli 2000 heeft mijn advocaat U aansprakelijk gehouden voor de door mij geleden en overig nog te lijden schade. Middels dit schrijven wil ik de verjaringstermijn stuiten. Ik maak uitdrukkelijk en zonder enig voorbehoud onverkort aanspraak op de door mij geleden en overig nog te lijden schade en acht U hiervoor aansprakelijk.’). Onmiskenbaar is dat [appellant] zich hiermee ondubbelzinnig alle rechten heeft voorbehouden.