Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- de akte van [woonplaats] van 9 april 2013;
- de memorie van antwoord van [appellanten c.s.] in het incidenteel appel;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een geschil over de beëindiging van een huurovereenkomst tussen verhuurster, woonachtig in de Verenigde Staten, en huurders die samen met hun ernstig gehandicapte dochter de woning bewonen. Verhuurster wil terugkeren naar Nederland om haar hoogbejaarde vader nabij te zijn en heeft de huurovereenkomst opgezegd wegens dringend eigen gebruik.
De kantonrechter wees de vordering aanvankelijk af, maar het hof oordeelde dat verhuurster haar financiële noodzaak en concrete remigratieplannen voldoende aannemelijk had gemaakt. Het belang van verhuurster om in haar eigen woning te kunnen wonen weegt zwaarder dan het belang van huurders bij behoud van de woonomgeving voor hun gehandicapte dochter, mede omdat passende alternatieve woonruimte beschikbaar is.
Het hof stelde de einddatum van de huurovereenkomst vast op 31 augustus 2014 en wees de vordering tot machtiging van ontruiming met de sterke arm af. Daarnaast wees het hof de vergoeding voor aangebrachte verbeteringen door huurders af wegens onvoldoende onderbouwing. De kosten van het hoger beroep werden grotendeels aan de huurders opgelegd.
Uitkomst: Huurovereenkomst wordt beëindigd per 31 augustus 2014 wegens dringend eigen gebruik verhuurster, met afwijzing van machtiging tot ontruiming met sterke arm.