Uitspraak
GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 257166 / KG ZA 12-663)
2.Het geding in hoger beroep
- primair [de meerderjarige] in zijn vorderingen niet ontvankelijk verklaren, althans de vorderingen van [de meerderjarige] aan hem te ontzeggen en [de meerderjarige] in de kosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep te veroordelen.
- Subsidiair – indien geoordeeld zou worden dat sprake is van een overeenkomst tussen mevrouw [de moeder] (hierna te noemen: de moeder van [de meerderjarige] c.q. [de moeder]) en de heer [de stiefvader], gesloten in de zomer van 2010, inhoudende dat laatstgenoemde tot en met 1 augustus 2014 aan [de meerderjarige] een maandelijkse bijdrage van € 450,- zal dienen te betalen als bijdrage in zijn kosten van levensonderhoud en studie – bij arrest, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
- primair de verplichting van de heer [de stiefvader] tot het betalen aan [de meerderjarige] van een bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van € 450,- per maand met ingang van 1 november 2012, althans met ingang van een door het hof te bepalen datum, te schorsen;
- subsidiair de door de heer [de stiefvader] met ingang van 1 november 2012 tot en met 31 juli 2014 aan [de meerderjarige] te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie te bepalen op een bedrag van € 75,04 per maand, althans op een door het hof te bepalen bedrag;
- [de meerderjarige] te veroordelen in de kosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep.