Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/03/181434/ KG ZA 13-247)
2.Het geding in hoger beroep
3.De motivering
klaarblijkelijkop een juridische of feitelijke misslag berust, kan het daartoe gestelde niet tot toewijzing van de incidentele vordering leiden. Volgens [appellante] is het onderhavige geschil fiscaalrechtelijk van aard met een strafrechtelijke connotatie en is het in strijd met het doel en de strekking van de AWR om dit geschil in een civielrechtelijk geding te beslechten. [appellante] doet daarbij een beroep op onder meer artikel 6 EVRM Pro, fiscale grond- en legaliteitsbeginselen, de beginselen van equality of arms en fair trial en Europese fiscale regelgeving. Naar het voorlopige oordeel van het hof is - mede gezien het arrest van de Hoge Raad 12 juli 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BZ3640) - de civiele rechter wél bevoegd om van de onderhavige vordering ex artikel 47 AWR Pro kennis te nemen en is er in dat kader geen sprake van een klaarblijkelijke juridische of feitelijke misslag.
nietnaleeft, is geen feit of omstandigheid die tot een noodtoestand leidt als hiervoor bedoeld. Gesteld noch gebleken is evenmin dat als [appellante] voldoet aan het vonnis c.q. aan haar inlichtingenplicht – waaraan zij naar het voorlopig oordeel van het hof kan voldoen – dit voor haar klaarblijkelijk een noodtoestand doet ontstaan. Voorts acht het hof het van belang dat met de uitkomst van deze civiele procedure niet tevens de fiscale uitkomst vast ligt. Met de enkele informatieverstrekking door [appellante] treden voor haar nog geen fiscale gevolgen in. Of de te verstekken informatie bruikbaar is en leidt tot oplegging van (navorderings)aanslagen staat op dit moment geenszins vast. Voor zover [appellante] de noodtoestand heeft gestoeld op haar psychische gesteldheid en/of hoge leeftijd, is dit onvoldoende onderbouwd. Ook overigens heeft [appellante] geen feiten aangevoerd die leiden tot de conclusie dat het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust dan wel de ten uitvoerlegging daarvan op grond van na het vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk een noodtoestand zal doen ontstaan aan de zijde van [appellante], waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging van het vonnis niet kan worden aanvaard.
- “alle op de zaak betrekking hebbende stukken” zoals omschreven in de Awb;
- het volledige fiscale dossier;
- de originele microfiches;
- alle bescheiden die voorvloeien uit de werkwijze/handleidingen van de identificatieprocedure;
- alle fiscale heffingsdossiers, aangiften, aanslagen;
- het integrale Ontvangersdossier,