ECLI:NL:GHSHE:2013:4437
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- M. Rutgers
- J.F. Dekking
- M.L.P. van Cruchten
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring openbaar ministerie wegens schending recht op rechtsbijstand minderjarige verdachte
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging centraal. De minderjarige verdachte werd zonder aanwezigheid van haar raadsman geconfronteerd met een TOM-zitting waarbij een taakstraf van 15 uren werd opgelegd. Ondanks herhaalde verzoeken van de raadsman om betrokken te worden, werd deze niet geïnformeerd en werd het recht op hoor en wederhoor niet gewaarborgd.
Het hof stelde vast dat het openbaar ministerie bewust de raadsman niet had geïnformeerd over de zitting, wat een ernstige schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde vormt. Dit is des te ernstiger omdat het een minderjarige verdachte betrof, voor wie rechtsbijstand van evident belang is.
Het hof verwierp het verweer van het openbaar ministerie dat er geen wettelijke verplichting bestond tot informeren van de raadsman bij een taakstraf van minder dan 20 uren en dat het verzuim ter zitting hersteld kon worden. Gelet op de fundamentele aard van het recht op rechtsbijstand en de fase waarin de schending plaatsvond, oordeelde het hof dat het verzuim niet hersteld kon worden.
Daarom verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging en vernietigde het het vonnis van de kinderrechter. Dit arrest benadrukt het belang van rechtsbijstand en een behoorlijke procesorde, vooral bij minderjarige verdachten.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging wegens ernstige schending van het recht op rechtsbijstand van de minderjarige verdachte.