Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
6 Het verloop van de procedure
- de memorie na comparitie van [appellant] met producties 4 tot en met 16;
- de antwoordmemorie na comparitie van [geïntimeerde] met producties 3 tot en met 14.
7 De verdere beoordeling
blijvendeklachten en beperkingen en dat deze blijvende klachten en beperkingen het gevolg zijn van de mishandeling door [geïntimeerde] (r.o. 4.11).
1.DE SITUATIE MET MISHANDELING
- de medische voorgeschiedenis van de onderzochte op uw vakgebied;
- de medische behandeling van het letsel door de mishandeling van de onderzochte en het resultaat daarvan.
e. Voor zover u de vorige vraag ontkennend beantwoordt, wilt u dan aangeven wat de reactie was van de onderzochte op de door u geconstateerde inconsistenties en welke conclusies u daaruit trekt?
i. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?
j. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?
k. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 1g)?
2.DE SITUATIE ZONDER MISHANDELING
b. Zo ja, kunt u dan aangeven welke beperkingen vóór de mishandeling uit deze klachten en afwijkingen voortvloeiden en thans nog steeds uit deze klachten en afwijkingen voortvloeien?
d. Zo ja (dus zonder mishandeling ook klachten), kunt u dan een indicatie geven met welke mate van waarschijnlijkheid, op welke termijn en in welke omvang de klachten en afwijkingen dan hadden kunnen ontstaan?
e. Kunt u aangeven welke beperkingen uit deze klachten en afwijkingen zouden zijn voortgevloeid?
g. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?
h. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?
i. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 2e)?
3.OVERIG
Indien de expert bevindingen doet waar niet naar wordt gevraagd maar die hij terzake relevant vindt, dan vermeldt hij deze in het rapport.
B. Welke behandelingen of therapieën zijn ingesteld en met welk resultaat?
C. In hoeverre zou behandeling bij betrokkene hebben kunnen leiden tot een vermindering van het functieverlies en van de beperkingen; in hoeverre acht u het reëel dat ingeval betrokkene zich na het ontstaan van de psychische klachten zou hebben laten behandelen, hij dan na afronding van de behandeling geen belemmering op psychisch gebied zou hebben gehad voor de uitoefening van zijn werkzaamheden?