5.1De voorzieningenrechter heeft in het vonnis van 30 juli 2013 onder “2. De feiten” feiten vastgesteld. Die feiten zijn niet bestreden en vormen daarom ook in hoger beroep het uitgangspunt. Voorts staan nog enkele andere feiten, als enerzijds gesteld en anderzijds niet betwist, tussen partijen in dit geding vast. Het hof zal hierna een overzicht geven van deze relevante feiten.
a. [appellanten] en Bouwbedrijf [Bouwbedrijf] B.V. (hierna [Bouwbedrijf]-oud) hebben een tweetal aannemingsovereenkomsten gesloten voor de verbouwing van de boerderij van [appellanten] en de bouw van een bijgebouw. In elk geval een van die twee overeenkomsten is gesloten in oktober 2010. Over de uitvoering van beide overeenkomsten is een geschil ontstaan.
b. Het onder a genoemde geschil is bij inleidend verzoekschrift van 21 juli 2011 voorgelegd aan de Raad van Arbitrage voor de Bouw.
c. [Bouwbedrijf]-oud heeft op 24 augustus 2011 haar naam gewijzigd in Thinus B.V. De aandeelhouder van Thinus B.V., [Bouwbedrijf] Beheer B.V., heeft op diezelfde dag een nieuwe B.V. opgericht genaamd Bouwbedrijf [Bouwbedrijf] B.V. (hierna [Bouwbedrijf]-nieuw).
d. [appellanten] hebben in het najaar van 2011 ten laste van [Bouwbedrijf]-nieuw derdenbeslag gelegd. [Bouwbedrijf]-nieuw heeft in kort geding opheffing van dit beslag gevorderd. Deze vordering is bij vonnis van 28 november 2011 afgewezen, waarbij de voorzieningenrechter onder meer heeft overwogen dat het voorstelbaar is dat opdrachtgevers van [Bouwbedrijf]-oud zijn overgedragen naar [Bouwbedrijf]-nieuw teneinde vermogensbestanddelen van [Bouwbedrijf]-oud te onttrekken aan het verhaal van [appellanten]
e. Eind 2011-begin 2012 hebben [appellanten] [Bouwbedrijf]-nieuw, Thinus B.V. en [Bouwbedrijf] Beheer B.V. gedagvaard en gevorderd, kort gezegd, dat voor recht zal worden verklaard dat de overdracht van activa van [Bouwbedrijf]-oud/Thinus B.V. aan [Bouwbedrijf]-nieuw paulianeus en nietig is.
f. Bij tussenvonnis van 29 augustus 2012 heeft de rechtbank in het hiervoor onder e genoemde geschil een deskundigenonderzoek bevolen ter beantwoording van de vraag, kort gezegd, of [Bouwbedrijf]-oud/Thinus B.V. activa hebben weggesluisd naar [Bouwbedrijf]-nieuw. De rechtbank oordeelde dat het voorschot op de kosten van de deskundige door [appellanten] diende te worden betaald, hetgeen zij tot dusverre niet hebben gedaan.
g. In het hiervoor onder b genoemde geschil is op 18 april 2013 uitspraak gedaan door de Raad van Arbitrage voor de Bouw. In die uitspraak zijn [appellanten] veroordeeld om aan Thinus B.V. te betalen € 81.051,46, vermeerderd met rente en kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
h. [appellanten] en Thinus B.V. hebben tegen het arbitraal vonnis hoger beroep ingesteld.
i. Thinus B.V. heeft de executie van het arbitraal vonnis in gang gezet. Er is verlof tot tenuitvoerlegging verleend. Op de boerderij rust een executoriaal beslag van Thinus B.V. De openbare veiling staat nu gepland op 6 november 2013. Omstreeks 6 oktober 2013 zal middels een of meer advertenties kennis worden gegeven van de veiling.