Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5 Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 22 januari 2013, waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van comparitie van 21 februari 2013, ter voorbereiding waarvan [appellant] heeft overgelegd de liquidatiebalans van Culinex B.V. van 1 januari 2009 en een verslag van het administratiekantoor [administratiekantoor] B.V. van 26 april 2010;
- een memorie van grieven waarbij een algemene en zes genummerde grieven zijn voorgedragen en een productie is overgelegd;
- een memorie van antwoord in principaal appel tevens houdende akte aanvulling eis waarbij een productie is overgelegd;
- het pleidooi, waarbij [appellant] een pleitnota heeft overgelegd.
6 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnr. 236120/HA ZA 11-998)
7.De gronden van het hoger beroep
8.De beoordeling
als bestuurder van Culinex B.V.die vennootschap op te heffen zonder [geïntimeerde] daarvan in kennis te stellen en door opbrengsten uit (de onderneming van) Culinex B.V. door te sluizen naar zijn privévermogen of dat van zijn echtgenote. In hoger beroep heeft hij daaraan nog toegevoegd dat [appellant]
privéeen ernstig verwijt valt te maken nu door de handelswijze van [appellant] de opbrengsten van de verkoop van de huurverkoop aan [appellant] in privé toekwamen en niet aan Culinex B.V.
9.De uitspraak
Dit arrest is gewezen door mrs. J.R. Sijmonsma, C.N.M. Antens en Th.C.M. Hendriks-Jansen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 19 november 2013.