Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Strategie [F] 2006-2010
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
2. Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord: voldoet belanghebbende aan het urencriterium om in aanmerking te komen voor de zelfstandigenaftrek?
4.Gronden
Bij het onderscheid tussen winst uit onderneming en resultaat uit overige werkzaamheden wordt gelet op de duurzaamheid en de omvang van de werkzaamheden, de omvang van de investeringen, het debiteurenrisico, het ondernemersrisico, de beschikbare tijd, de bekendheid, die naar buiten aan de werkzaamheid wordt gegeven, het aantal opdrachtgevers, de omvang van de omzet, de winstverwachting en dergelijke.
Het Hof is van oordeel dat gelet op alle feiten en omstandigheden aannemelijk is dat belanghebbenden de activiteiten duurzaam wilden ontplooien. Daarbij is niet van belang dat de activiteiten uiteindelijk in 2008 stil zijn gelegd respectievelijk opgeschort. Dat belanghebbenden derden inschakelden voor veel werkzaamheden maakt het oordeel van het Hof niet anders.
De eerste in geschil zijnde vraag dient derhalve bevestigend te worden beantwoord.
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond, en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.