GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.109.421/01
arrest van 26 november 2013
[de man],
wonende te [woonplaats],
appellant in principaal appel,
geïntimeerde in voorwaardelijk incidenteel appel,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr.ir. M.F.P.M. Brogtrop te Bergen op Zoom,
Familyland B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde in principaal appel,
appellante in voorwaardelijk incidenteel appel,
hierna te noemen: Familyland,
advocaat: mr. R.P.G. Schelvis te Tilburg,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 21 augustus 2012 in het hoger beroep van het door de rechtbank Breda, team kanton Bergen op Zoom onder zaaknummer 668840 CV EXPL 11-4498 gewezen vonnis van 4 april 2012.
5 Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenarrest van 21 augustus 2012 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van comparitie van 24 oktober 2012;
- de memorie van grieven tevens houdende wijziging van eis met producties;
- de memorie van antwoord in het principaal appel tevens memorie van grieven in het voorwaardelijk incidenteel appel met producties;
- de memorie van antwoord in het voorwaardelijk incidenteel appel;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij brief van 8 oktober 2012 (voorafgaand aan de comparitie na aanbrengen) en bij H-formulier d.d. 18 september 2013 namens [appellant] toegezonden producties, alsmede de namens Familyland bij brief van 20 september 2013 toegezonden producties, welke producties partijen bij het pleidooi bij akte in het geding hebben gebracht.
Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.