Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[de man],wonende te [woonplaats],
Natalia [de vrouw],wonende te [woonplaats],
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 773313 VV EXPL 13-50)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
- [Retail] Retail huurt van ASR (als hoofdhuurder) de bedrijfsruimte, bestaande uit een winkelunit, gelegen te [vestigingsplaats], aan het [pand] (hierna: de winkel).
- [Retail] Retail is met de V.O.F. en haar vennoten, de echtelieden [appellant 1.] en [echtgenote van appellant 1.], met ingang van 9 december 2004 een franchiseovereenkomst aangegaan, welke op 21 september 2009 stilzwijgend is verlengd voor de duur van vijf jaar.
- In de franchiseovereenkomst zijn partijen (onder meer) overeengekomen:
- [Retail] Retail is met de V.O.F., [appellant 1.] en [echtgenote van appellant 1.] met ingang van 9 december 2004 tevens een (onder)huurovereenkomst met betrekking tot de winkel aangegaan, welke op 21 september 2009 stilzwijgend is verlengd voor de duur van vijf jaar.
- In de huurovereenkomst zijn partijen (onder meer) overeengekomen:
- Bij beschikking van 30 december 2004 heeft de kantonrechter op het gezamenlijke verzoek van [Retail] Retail, de V.O.F., [appellant 1.] en [echtgenote van appellant 1.] goedkeuring in de zin van artikel 7:291 BW Pro verleend aan (onder meer) artikel 10f van de huurovereenkomst.
- Op 21 september 2009 zijn [Retail] Retail, de V.O.F., [appellant 1.] en [echtgenote van appellant 1.] een ‘Allonge bij Franchiseovereenkomst huur- en prijsconditiestelsel 2009’ en een ‘Allonge bij Huurovereenkomst huur- en prijsconditiestelsel 2009’ overeengekomen, waarbij zij (onder meer) in aanmerking hebben genomen:
- [appellant 1.] en [echtgenote van appellant 1.] zijn in de loop van 2012 verwikkeld geraakt in een echtscheidingsprocedure.
- [appellant 1.] heeft zich op 18 februari 2013 als eenmanszaak (winkel in brood en banket) ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, waarbij is vermeld dat [appellante 2.] de functie van financieel manager bekleedt met volledige volmacht.
- Bij e-mail van 22 maart 2013 heeft [Retail] Retail [appellant 1.] en [echtgenote van appellant 1.] bericht dat de factuur over week 11 van 2013 ad € 2.338,50 uiterlijk op 25 maart 2013 te 15:00 uur op haar bankrekening bijgeschreven dient te zijn.
- [appellant 1.] heeft hierop bij e-mail van 24 maart 2013 bericht dat deze factuur niet betaald kan worden omdat onvoldoende financiële middelen voorhanden zijn.
- Op 26 maart 2013 is zijdens [Retail] Retail aan [appellant 1.] en [echtgenote van appellant 1.] bericht dat vastgehouden werd aan de prijsafspraken, door partijen genoemd
- Bij e-mail van dezelfde dag heeft [appellant 1.] hierop bericht
- [Retail] Retail heeft vervolgens bij brief van 3 april 2013 de franchiseovereenkomst en de huurovereenkomst per dezelfde datum buitengerechtelijk ontbonden.
- Bij brief van 12 april 2013 heeft [Retail] Retail de V.O.F. en [appellant 1.] (onder meer) bericht dat zij vernomen had dat [appellant 1.] voornemens was de winkel op 15 april 2013 wederom te openen, dat zij daartoe niet bevoegd waren en hen in gebreke en aansprakelijk gesteld in verband met overtreding van het verbod de exploitatie van de winkel te staken, van het verbod zonder toestemming gebruik te maken van de handelsnaam van [Retail] Retail en van het verbod tot het voeren van een afwijkend (zeer beperkt en niet-representatief) assortiment, alsmede hen aansprakelijk gesteld voor de door [Retail] Retail geleden en nog te lijden (reputatie)schade als gevolg van het vorenstaande en gesommeerd uiterlijk per 15 april 2013 de bedrijfsactiviteiten in en rond de Bakker [Bakker A.] vestiging te staken en gestaakt te houden en de winkel aan [Retail] Retail beschikbaar te stellen.
- [Retail] Retail heeft bij brief van 16 april 2013 aan de V.O.F. en [appellant 1.] geconstateerd dat [appellant 1.] niet aan de sommatie had voldaan en het onderhavige kort geding aangekondigd.
- dat de vof sinds 2004 in staat is gebleken om het bij aanvang geleende bedrag van € 364.000,-- volledig af te lossen;
- dat de vof in de jaren tot en met 2011, ondanks relatief hoge loonkosten, bevredigende resultaten heeft behaald en dat de privé-ontrekkingen in deze jaren relatief hoog zijn geweest;
- dat [appellant 1.] vóór 2012, het jaar waarin hij in de echtscheidingsprocedure verzeild raakte, niet bij [Retail] Retail heeft geklaagd over de onmogelijkheid van een rendabele exploitatie.
5.De uitspraak
- verbiedt [appellant 1.] en [appellante 2.] om in voor derden toegankelijke media direct of indirect negatieve berichten over [Retail] Retail, dan wel haar (franchise)organisatie en/of aan haar gelieerde ondernemingen, te verspreiden;
- veroordeelt [appellant 1.] tot betaling van een dwangsom van € 250,00 voor iedere keer dat hij in strijd handelt met dit verbod, en bepaalt dat [appellant 1.] boven een bedrag van € 12.500,-- geen verdere dwangsommen zal verbeuren;
- veroordeelt [appellante 2.] tot betaling van een dwangsom van € 250,00 voor iedere keer dat zij in strijd handelt met dit verbod, en bepaalt dat [appellante 2.] boven een bedrag van € 12.500,-- geen verdere dwangsommen zal verbeuren;