In deze civiele zaak in hoger beroep draait het om de wijziging van de bijdrage in de kosten van levensonderhoud die de man aan zijn ex-echtgenote moet betalen. De rechtbank had eerder geoordeeld dat het inkomensverlies van de man voor herstel vatbaar was, maar het hof oordeelt anders op basis van een arbeidsdeskundig rapport.
De vrouw is arbeidsongeschikt en ontvangt een WAO-uitkering, waardoor zij behoeftig blijft. De man had vrijwillig ontslag genomen en stelde dat zijn inkomensverlies onherstelbaar is vanwege zijn leeftijd, psychische klachten, taalachterstand en gebrek aan diploma's. Het hof neemt het rapport van een gecertificeerd register arbeidsdeskundige over, die concludeert dat de man praktisch geen verdiencapaciteit meer heeft.
Het hof stelt vast dat de man niet draagkrachtig is om alimentatie te betalen zonder onder de 90% van de bijstandsnorm te zakken. Daarom wijzigt het hof de onderhoudsbijdrage met terugwerkende kracht tot 27 september 2010, de datum van de eerdere beschikking die in kracht van gewijsde was gegaan. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd.