Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak stond de schorsing van het ouderlijk gezag van de moeder over haar minderjarige kinderen centraal. De rechtbank had de moeder geschorst in de uitoefening van het gezag en Stichting Nidos belast met de voorlopige voogdij. De moeder was in hoger beroep gekomen tegen deze beslissing.
Het hof overwoog dat er sprake was van een internationaal karakter van de zaak, met verblijfplaats van moeder en kinderen in Engeland. De rechtbank had op grond van artikel 20 Brussel Pro II-bis in spoedeisende gevallen rechtsmacht. Het hof bevestigde deze rechtsmacht en paste Nederlands recht toe.
Bij beoordeling van de feiten concludeerde het hof dat er na 2 augustus 2013 geen recente feiten waren die ontzetting van het gezag rechtvaardigen. De vermoedens van mishandeling en verwaarlozing waren niet concreet gemaakt en deels weerlegd. De kinderen waren op school en bij de huisarts zonder zorgen geregistreerd.
Daarom werd de schorsing van de moeder opgeheven en werd de beschikking van de rechtbank vernietigd. Het hof wees het verzoek van de raad af en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De schorsing van het gezag van de moeder is opgeheven en de beschikking van de rechtbank vernietigd wegens ontbreken van recente feiten voor ontzetting.