Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1.],wonende te [woonplaats],
[geïntimeerde 2.],wonende te [woonplaats],
5.Het verloop van de procedure
6.De gronden van het hoger beroep
7.De beoordeling
Na ontvangst van de offerte heb ik bij ons thuis met [Technisch Buro] afgesproken en hem medegedeeld dat we de offerte niet konden ondertekenen (..) We spraken toen af dat [Technisch Buro] de combiketel en twee verwarmingen zou ophangen, het leidingwerk naar beneden zou voorbereiden en de doucheruimte (..) zou betegelen.(..) We hebben toen mondeling afgesproken dat de werkzaamheden voor € 5.000,-- gedaan konden worden (..)”. Ter gelegenheid van het pleidooi heeft het hof deze verklaring aan [geïntimeerde 1.] voorgehouden alsmede dat hieruit kon worden afgeleid dat [geïntimeerde 2.] met [geïntimeerde 1.] medeopdrachtgever van [Technisch Buro] was, zoals [Technisch Buro] stelde. [geïntimeerde 1.] heeft dit vervolgens niet meer weersproken. Het hof gaat er van uit dat [geïntimeerden] dit verweer niet langer handhaven.
[geïntimeerden] hebben bezwaar gemaakt tegen deze vermelding omdat dit een nieuw feit zou betreffen. Naar het oordeel van het hof is dit geen nieuw feit, maar een verduidelijking van de reeds eerder door [Technisch Buro] gestelde “mondelinge” acceptatie door [geïntimeerden] van de offerte. Het bezwaar van [geïntimeerden] wordt dus verworpen.
betwisten dat zij de offerte van [Technisch Buro] telefonisch hebben geaccepteerd.