Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1.],wonende te [woonplaats],
[geïntimeerde 2.],wonende te [woonplaats],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de vordering van LaSer Nederland B.V. jegens twee geïntimeerden was verjaard en opeisbaar. Het hof heeft een eerdere beslissing bevestigd dat termijnen uit de periode juli/augustus 2004 tot 21 september 2005 waren verjaard, maar dat het uitstaande saldo dienovereenkomstig moest worden aangepast.
LaSer had een subsidiaire berekening overgelegd waarin rekening werd gehouden met de vervallen termijnen, wat resulteerde in een vordering van €7.131,86 tegen geïntimeerde 2. Dit bedrag werd door het hof toegewezen, mede omdat geïntimeerde 2 deze berekening als juist erkende. De vordering tegen geïntimeerde 1 werd afgewezen.
Het verweer van geïntimeerde 2 dat sprake was van rauwelijkse dagvaarding werd verworpen omdat niet was gebleken dat hij direct bereid was de hoofdsom en rente te voldoen zonder kosten. Het hof vernietigde de eerdere vonnissen voor zover deze de vordering tegen geïntimeerde 2 afwezen en bekrachtigde de rest. Proceskosten werden verdeeld conform de uitkomst van de zaak.
Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en op 3 december 2013 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tegen geïntimeerde 2 wordt toegewezen voor €7.131,86 met rente, de vordering tegen geïntimeerde 1 wordt afgewezen.