Uitspraak
GERECHTSHOF TE ’s-HERTOGENBOSCH
M.I.A. Schlaghecke-Bouman, raadsheren in de afdeling strafrecht van het gerechtshof te
’s-Hertogenbosch.
1.Het procesverloop
2.De beoordeling
M.I.A. Schlaghecke-Bouman.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak heeft de verzoeker schriftelijk wraking gevraagd van drie raadsheren van de strafkamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het wrakingsverzoek betrof vermeende partijdigheid doordat de strafkamer in een tussenarrest had besloten drie deskundigen op te roepen, maar niet een vierde psycholoog die kritiek had geuit op een van de opgeroepen deskundigen.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld in raadkamer, waarbij ook de advocaat-generaal en de raadsman van verzoeker aanwezig waren. De wrakingskamer beoordeelde dat de rechter dient te worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die het tegendeel aannemelijk maken.
De wrakingskamer concludeerde dat de keuze voor de opgeroepen deskundigen een ambtshalve beslissing was zonder debat tijdens de terechtzitting en dat het ontbreken van een nadere motivering hiervoor niet leidt tot een gegronde verdenking van partijdigheid. Tevens werd benadrukt dat de uitspraak van het Centraal Tuchtcollege die kritiek bevatte op een van de deskundigen wel degelijk aan de opgeroepen deskundigen ter beschikking werd gesteld.
De wrakingskamer stelde dat verzoeker vrij staat om zelf initiatieven te nemen om de vierde deskundige op te roepen en dat er geen sprake is van een onredelijke weigering door de strafkamer. Gezien het ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid werd het wrakingsverzoek als ongegrond afgewezen en werd het proces in de hoofdzaak voortgezet zoals het was.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren is afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.