De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Limburg waarin een omgangsregeling zonder begeleiding tussen de vader en de minderjarige kinderen was vastgesteld. De moeder betoogt dat vanwege eerdere veroordelingen van de vader voor huiselijk geweld en bedreigingen jegens een van de kinderen, omgang onder begeleiding noodzakelijk is. De rechtbank had volgens haar onvoldoende gemotiveerd afgezien van begeleide omgang en had geen rekening gehouden met recente hulpverleningsrapporten.
Tijdens de mondelinge behandeling op 3 oktober 2013 hebben partijen en de Raad voor de Kinderbescherming hun standpunten toegelicht. De vader erkent het afstandelijke contact met de kinderen en staat open voor begeleide omgang, maar vindt de voorgestelde regeling van de moeder onpraktisch. De moeder benadrukt dat veiligheid voor de kinderen voorop staat en dat de kinderen angstig zijn vanwege het alcoholgebruik van de vader.
De raad adviseert begeleide omgang via Xonar, gezien de zorgen over de ontwikkeling van de kinderen bij geen contact met de vader. Het hof overweegt dat het in het belang van de kinderen is om het contact met de vader zo spoedig mogelijk en onder begeleiding op te bouwen. Het hof verwijst partijen naar de module BOR van Xonar en houdt de zaak pro forma aan tot 8 mei 2014, in afwachting van de resultaten van de begeleide omgang. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.