Uitspraak
de verzoeker”,
de strafkamer”.
1.Het procesverloop
2.Het standpunt van verzoeker
3.Het standpunt van de advocaat-generaal
4.De beoordeling
af;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de leden van de strafkamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, stellende dat er sprake was van schijn van vooringenomenheid. Het verzoek werd mondeling ingediend tijdens de terechtzitting van 10 september 2013. De wrakingskamer stelde vast dat verzoeker en zijn raadsman niet verschenen waren bij de geplande behandeling op 24 oktober 2013 en dat een verzoek tot aanhouding wegens gezondheidsklachten niet ontvankelijk werd verklaard.
De wrakingskamer overwoog dat het verzoek voornamelijk bestond uit opmerkingen over de inhoud van de strafzaak en dat een deugdelijke toelichting ontbrak. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting bleek dat verzoeker alle gelegenheid had gekregen om zijn verhaal te doen en dat er geen aanwijzingen waren voor een gebrek aan onpartijdigheid van de rechters.
De advocaat-generaal concludeerde tot afwijzing van het wrakingsverzoek. De wrakingskamer oordeelde dat de vermoedelijke onpartijdigheid van de rechters niet was doorbroken en dat de vrees van verzoeker voor vooringenomenheid niet objectief gerechtvaardigd was. Het verzoek tot wraking werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de leden van de strafkamer wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.