Uitspraak
de verzoeker”,
de raadkamer”.
1.Het procesverloop
2.Het standpunt van verzoeker
3.Het standpunt van de advocaat-generaal
4.De beoordeling
af;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De wrakingskamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde op 8 november 2013 een wrakingsverzoek van verzoeker gericht tegen drie raadsheren van de strafkamer. Verzoeker stelde dat de behandeling van zijn verzoek ex artikel 591a Sv niet door de strafkamerleden was gedaan zoals voorgeschreven, wat volgens hem een schending van zijn mensenrechten betekende.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. Hoewel de behandeling niet door de strafkamerleden zelf plaatsvond, was dit op zichzelf onvoldoende om vooringenomenheid aan te nemen. Ook de ontzegging van toegang aan de vader van verzoeker door de deurwaarder werd niet door verzoeker zelf aan de orde gesteld tijdens de zitting, waardoor ook dit geen grond voor wraking vormde.
De wrakingskamer concludeerde dat het wrakingsverzoek ongegrond was en wees het af. Tevens bepaalde zij dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker niet in behandeling hoeft te worden genomen vanwege misbruik van het wrakingsmiddel. Het verzoek tot wraking van de wrakingskamer zelf wegens vermeende schending van mensenrechten werd niet in behandeling genomen omdat dit buiten haar bevoegdheid valt.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.