Verzoekster diende op 17 oktober 2013 een wrakingsverzoek in tegen alle betrokken raadsheren van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, omdat het hof haar verzoek om uitstel van een zitting had geweigerd. De wrakingskamer behandelde het verzoek op 15 november 2013 en oordeelde dat de grond voor wraking reeds op 30 augustus 2013 bekend was, waardoor het verzoek te laat was ingediend.
De wrakingskamer stelde vast dat verzoekster geen verklaring gaf voor de vertraging van bijna zeven weken tussen bekendwording van de wrakingsgrond en de indiening van het verzoek. Bovendien werd geconstateerd dat verzoekster eerder in dezelfde procedure reeds niet-ontvankelijk was verklaard in een soortgelijk wrakingsverzoek, en dat zij met het late verzoek misbruik maakte van het wrakingsmiddel om de voortgang van de procedure te frustreren.
De wrakingskamer wees ook het verzoek om aanhouding van de zitting af, omdat dit verzoek werd gedaan naar aanleiding van omstandigheden die al ruim een week bekend waren. De zitting werd voortgezet in de stand waarin zij zich bevond. Tevens werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekster niet in behandeling zal worden genomen.