ECLI:NL:GHSHE:2013:7000
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Verwijzing na Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs bewustheid en aanwezigheid hennep in auto
De zaak betreft een hoger beroep na terugwijzing door de Hoge Raad van een veroordeling voor medeplegen van handelen in strijd met artikel 3, onder B, van de Opiumwet. Verdachte werd aanvankelijk veroordeeld tot een werkstraf en hechtenis.
Tijdens het onderzoek stelde het hof vast dat verdachte op 5 februari 2009 als passagier in een auto zat waarin zich een hoeveelheid hennep bevond. Verdachte had meerdere keren aan de bestuurder gevraagd waarom het naar hennep rook, waarop de bestuurder aangaf een joint te hebben gerookt. Het hof oordeelde dat voor bewezenverklaring vereist is dat verdachte bewust was van de hennep in de auto en dat deze zich in zijn machtssfeer bevond.
Uit de bewijsmiddelen kon het hof niet afleiden dat verdachte bewust was van de hennep of dat de hennep in zijn machtssfeer was. De enkele hennepgeur was onvoldoende, zeker gezien de verklaring van de bestuurder. Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle tenlasteleggingen wegens ontbreken van wettig bewijs.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij. De uitspraak werd gedaan door mr. E.S.G.N.A.I. van de Griend, voorzitter, mr. S.C. van Duijn en mr. T. Kooijmans, raadsheren, op 13 september 2013.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig bewijs van bewustheid en aanwezigheid van hennep.