ECLI:NL:GHSHE:2013:BY8208

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
8 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HD 200.102.074 E
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 337 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen tussenvonnis zonder toestemming kantonrechter

In deze civiele procedure ging het om een hoger beroep tegen een tussenvonnis van de rechtbank Roermond, sector kanton, locatie Venlo. Het hof oordeelde dat het vonnis waarvan beroep een tussenvonnis betrof, omdat het geen uitdrukkelijk einde maakte aan enig deel van de vordering. Appellanten hadden geen toestemming van de kantonrechter gekregen om tussentijds hoger beroep in te stellen.

Op grond van artikel 337 lid 2 Rv Pro is hoger beroep tegen tussenvonnissen slechts mogelijk met toestemming van de rechter in eerste aanleg, tenzij het hoger beroep tegelijk met het eindvonnis wordt ingesteld. Omdat appellanten deze toestemming niet hadden, verklaarde het hof hen niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Daarnaast veroordeelde het hof appellanten in de proceskosten van het hoger beroep, omdat het hoger beroep nodeloos was ingesteld. De kosten werden begroot op €649 aan verschotten en €632 aan salaris advocaat, en de proceskostenveroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Het arrest werd gewezen door de kamer van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2013.

Uitkomst: Appellanten worden niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.102.074
arrest van 8 januari 2013
in de zaak van
1. [Appellant sub 1.],
2. [Appellante sub 2.],
beiden wonende te [woonplaats],
appellanten,
advocaat: mr. S. Bharatsingh,
tegen:
Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
advocaat: mr. T.J.P. Jager,
als vervolg op de door het hof gegeven beslissing van 21 augustus 2012 in het hoger beroep van het door de rechtbank Roermond, sector kanton, locatie Venlo onder nummer 313532/CV EXPL 11-2525 gewezen vonnis in het incident van 21 september 2011.
5. De beslissing van 21 augustus 2012
Bij genoemde beslissing heeft het hof [appellant sub 1.] c.s. in de gelegenheid gesteld een akte te nemen en is iedere verdere beslissing aangehouden.
6. Het verdere verloop van de procedure
6.1.[appellant sub 1.] c.s. hebben een akte genomen, waarna Nationale Nederlanden een antwoordakte heeft genomen.
6.2. Partijen hebben daarna aanvullend de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.
7. De verdere beoordeling
7.1.Het hof heeft in overweging 3.5.1 van de beslissing van 21 augustus 2012 reeds overwogen dat het vonnis waarvan beroep een tussenvonnis is, omdat in het vonnis niet een uitdrukkelijk einde is gemaakt aan enig deel van het gevorderde. Hetgeen [appellant sub 1.] c.s. in de akte van 4 september 2012 hebben aangevoerd maakt dit oordeel niet anders. Nu is gesteld noch gebleken dat [appellant sub 1.] c.s. toestemming hebben gekregen van de kantonrechter om tussentijds hoger beroep in te stellen, zijn zij gelet op het bepaalde in artikel 337 lid 2 Rv Pro niet-ontvankelijk in het onderhavige hoger beroep.
7.2.[appellant sub 1.] c.s. worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep, aangezien het hoger beroep nodeloos aanhangig is gemaakt.
8. De uitspraak
Het hof:
verklaart [appellant sub 1.] c.s. niet-ontvankelijk in het hoger beroep van het vonnis van 21 september 2011;
veroordeelt [appellant sub 1.] c.s. in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van Nationale Nederlanden worden begroot op € 649,00 aan verschotten en op € 632,00 aan salaris advocaat;
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, S. Riemens en M.B. Beekhoven van den Boezem en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 8 januari 2013.