ECLI:NL:GHSHE:2013:BY8630

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
17 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
20-001431-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Huurman-van Asten
  • J.G. Sillevis Smitt
  • H.D. Bergkotte
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 317 SrArt. 45 Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging tot afpersing met geweld en bedreiging

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor poging tot afpersing, gepleegd in vereniging met een mededader, waarbij het slachtoffer onder meer met geweld en bedreiging zou zijn gedwongen tot betaling van een schuld.

De rechtbank had verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf. Tegen dit vonnis stelde verdachte hoger beroep in. Het hof heeft het bewijs opnieuw beoordeeld, waarbij sterke aanwijzingen voor betrokkenheid van verdachte aanwezig waren, met name dat hij met een mededader had afgesproken dat deze hem zou bijstaan in het innen van een openstaande schuld.

Desondanks concludeerde het hof dat het bewijs onvoldoende was om vast te stellen dat verdachte zelf dreigementen of geweld heeft gebruikt of dat de afspraak met de mededader dergelijke gedragingen omvatte. Daarom werd het vonnis van de rechtbank vernietigd en verdachte vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.

De uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs voor het aannemen van medeplegen en het gebruik van geweld of bedreiging bij afpersing. De vrijspraak volgt ondanks de aanwijzingen voor betrokkenheid, omdat het hof niet kon vaststellen dat verdachte zich daadwerkelijk schuldig heeft gemaakt aan de strafbare feiten.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot afpersing met geweld en bedreiging.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer : 20-001431-10
Uitspraak : 17 januari 2013
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof te
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 26 maart 2010 in de strafzaak met parketnummer 01-849097-06 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [woonadres].
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte terzake van:” poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, alsmede tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.
De verdachte heeft tegen dat vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, bewezen zal verklaren hetgeen aan de verdachte primair ten laste is gelegd en hem daarvoor zal veroordelen tot 4 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, alsmede tot een taakstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis.
De verdediging heeft bepleit dat de verdachte van de primair en de subsidiair onder A en B ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken. Subsidiair is bepleit dat hij veroordeeld zal worden tot een andere, minder zware straf dan in eerste aanleg is opgelegd, te weten tot een geheel voorwaardelijke taakstraf.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
Tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 november 2005 tot en met 23 december 2005 te [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2] en/of [pleegplaats 3], in elk geval in [pleegland 1] en/of [pleegland 2] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door hem, verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer] en/of een of meer andere perso(o)n(en) te dwingen tot de afgifte van 200.000 euro, althans 120.000 euro, althans 80.000 euro, althans (telkens) enig geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [naam slachtoffer] en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), het volgende heeft gedaan:
verdachte en/of zijn mededader(s) heeft/hebben op 5 november 2005 te [pleegplaats 1]
- die [naam slachtoffer] medegedeeld dat die [naam slachtoffer] geld moest betalen aan [naam verdachte] en/of
- die [naam slachtoffer] medegedeeld dat hij [naam slachtoffer] een zoon heeft die in [naam land] verblijft en/of
- (vervolgens) die [naam slachtoffer] met de vuist tegen/in het gezicht, althans tegen/op het hoofd, geslagen/gestompt en/of zich met de knie op de borstkas van die [naam slachtoffer] laten vallen en/of het hoofd van die [naam slachtoffer] vastgepakt en vervolgens dat hoofd tegen een auto aan geslagen en/of geduwd en/of
- (vervolgens) die [naam slachtoffer] een foto getoond van zijn zoon en daarbij medegedeeld "dit is jouw zoon, denk om jouw zoon", althans woorden met een dergelijke - gelet op de omstandigheden waaronder die woorden werden geuit - dreigende aard en/of strekking en/of - (vervolgens) die [naam slachtoffer] toegevoegd, althans gevraagd: "is het nu duidelijk?" en/of (vervolgens) op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode tussen 5 november 2005 en 23 december 2005, te [pleegplaats 2] en/of te [pleegplaats 3], in elk geval op een of meerdere plaatsen in [pleegland 1] en/of in [pleegland 2], per telefoon die [naam slachtoffer] gevraagd: "wanneer ga jij [naam verdachte] betalen" en /of die [naam slachtoffer] toegevoegd: "jij moet betalen"
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
subsidiair:
A. hij op of omstreeks 05 november 2005 te [pleegplaats 1] met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, te weten een parkeerterrein gelegen aan de [naam straat], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer], welk geweld bestond uit het slaan en/of stompen tegen het gezicht, althans het hoofd van die [naam slachtoffer] en/of het zich met de knie laten vallen op de borstkas van die [naam slachtoffer] en/of het vastpakken (beetpakken) van het hoofd van die [naam slachtoffer] en het (vervolgens) slaan met, althans duwen met dat hoofd tegen een auto en/of
B. hij op of omstreeks 05 november 2005 te [pleegplaats 1] tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, [naam slachtoffer] en/of diens (in [naam land] woonachtige) zoon heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft (hebben) verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk voornoemde [naam slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd:
"jij hebt een zoon in [naam land], is het niet?" en/of "jij moet betalen" en/of, nadat die [naam slachtoffer] tegen het hoofd was geslagen en/of met het hoofd tegen een auto was geslagen en/of geduwd en/of tegen het lichaam was getrapt en/of geschopt, "is het nu duidelijk" en/of (nadat bovendien (vervolgens) een foto van de in [naam land] woonachtige zoon van die [naam slachtoffer] was getoond) "zie je, dit is jouw zoon, denk om jouw zoon", althans woorden van gelijke - gelet op de omstandigheden waaronder die woorden werden geuit - dreigende aard of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkwamen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Ofschoon uit het onderzoek ter terechtzitting sterke aanwijzingen voor betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde naar voren zijn gekomen, in het bijzonder daarvoor, dat deze met [naam mededader] had afgesproken dat deze hem zou bijstaan in zijn pogingen om [naam slachtoffer] een openstaande schuld aan hem, verdachte, te laten voldoen, is het hof, anders dan de advocaat-generaal, van oordeel dat het bewijs ervoor te kort schiet dat verdachte het primair en het subsidiair onder A en B ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Dienaangaande heeft het hof overwogen dat in het bijzonder onvoldoende bewijs ervoor voorhanden is dat de evenbedoelde, met [naam mededader] gemaakte, afspraak mede dreigementen en/of geweld jegens [naam slachtoffer] omvatte, dan wel dat hij zelf zich aan dergelijke handelingen heeft schuldig gemaakt.
BESLISSING
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en het subsidiair onder A en B ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. J. Huurman-van Asten, voorzitter,
mr. J.G. Sillevis Smitt en mr. H.D. Bergkotte, raadsheren,
in tegenwoordigheid van A. van Baast, griffier,
en op 17 januari 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. J.G. Sillevis Smitt is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.-