ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ0313
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Huurrechtelijke geschil over toepasselijkheid bedrijfsruimte en ontruimingstermijn na beëindiging vennootschap
In deze zaak staat centraal of de gehuurde ruimte valt onder het huurregime van bedrijfsruimte zoals bedoeld in artikel 7:290 BW Pro of onder artikel 7:230a BW. De partijen, twee meubelstoffeerderijen die een vennootschap onder firma waren aangegaan en later hadden ontbonden, zijn in geschil geraakt over de huur en ontruiming van bedrijfsruimte.
De kantonrechter had geoordeeld dat het gehuurde geen bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW Pro was, maar onder artikel 7:230a BW viel, en had de ontruimingstermijn verlengd. Het hof stelt echter vast dat het gehuurde een ambachtsbedrijf betreft met een voor het publiek toegankelijk lokaal, waaronder een showroom met stofstalen en een ontvangstgedeelte voor klanten. Dit voldoet aan de criteria voor bedrijfsruimte onder artikel 7:290 BW Pro.
Het hof oordeelt dat de kantonrechter ten onrechte artikel 7:230a BW heeft toegepast en daardoor het appelverbod onterecht heeft gehandhaafd. Hierdoor wordt het beroep van de huurder ontvankelijk verklaard en wordt de beschikking van de kantonrechter vernietigd. Tevens wordt de verhuurder veroordeeld in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep.
Daarnaast is in het geding dat een jurist van een verzekeringsmaatschappij niet bevoegd was om het woord te voeren tijdens de mondelinge behandeling, omdat hij geen advocaat is, en het verweerschrift dat hij had ingediend formeel buiten beschouwing wordt gelaten, hoewel de inhoud ervan geacht wordt te zijn voorgelezen tijdens de zitting.
Uitkomst: Het hof verklaart de huurder niet-ontvankelijk in het verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn omdat het gehuurde bedrijfsruimte is in de zin van artikel 7:290 BW.