ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ2054
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- B.A. Meulenbroek
- I.B.N. Keizer
- Th.J.A. Kleijngeld
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens onvoldoende dringend eigen gebruik en geen slechte bedrijfsvoering
In deze zaak vorderde de verhuurder de beëindiging van een huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte, gevestigd als Thais restaurant, op grond van twee gronden genoemd in artikel 7:296 lid 1 BW Pro: a) slechte bedrijfsvoering door de huurder en b) dringend eigen gebruik door de verhuurder. De verhuurder stelde dat hij samen met zijn partner het pand duurzaam persoonlijk wilde gebruiken voor exploitatie van een frituur/cafetaria.
De kantonrechter wees de vordering af omdat de verhuurder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij het pand dringend nodig had en de bedrijfsvoering door de huurder niet slecht was. In hoger beroep handhaafde het hof dit oordeel. Het hof vond dat de verhuurder zijn plannen onvoldoende had onderbouwd, met name ontbrak het aan financiële onderbouwing en bewijs van duurzame ingebruikname. Bovendien was er een alternatief pand beschikbaar voor de verhuurder.
Wat betreft de bedrijfsvoering stelde de verhuurder overtredingen zoals milieuovertredingen, huurachterstand, hennepteelt, onderverhuur en slecht onderhoud. Het hof oordeelde dat deze stellingen onvoldoende waren onderbouwd en dat het restaurant goed liep en winstgevend was. Ook was geen sprake van aantoonbare slechte bedrijfsvoering. De vordering tot beëindiging werd daarom afgewezen en de verhuurder veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst wordt afgewezen en de verhuurder wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.