ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ2803
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.M. Aarts
- M.G.W.M. Stienissen
- M.J.H.A. Venner-Lijten
- Rechtspraak.nl
Geen bewijs arbeidsovereenkomst tussen appellant en garagehouder ondanks werkzaamheden
Appellant stelde dat hij van mei 2008 tot mei 2010 als werknemer in de garage van geïntimeerde heeft gewerkt tegen een salaris van € 2.200 netto per maand. Hij voerde aan vaste werktijden te hebben, dagelijks lange dagen te maken en betalingen te hebben ontvangen. Diverse getuigen bevestigden dat appellant werkzaamheden verrichtte en dat betalingen voor die werkzaamheden aan de garagehouder of diens medewerkers werden gedaan.
De geïntimeerde en andere getuigen ontkenden het bestaan van een arbeidsovereenkomst en verklaarden dat betalingen aan appellant eerder zakgeld of leningen waren, niet gerelateerd aan een salaris. Ook werd gesteld dat appellant wisselend aanwezig was en geen vaste werktijden had. Betalingen van klanten gingen meestal contant naar de garagehouder. Er was geen schriftelijke arbeidsovereenkomst.
Het hof stelde vast dat de bewijslevering van appellant onvoldoende was om het bestaan van een arbeidsovereenkomst te bewijzen. De verklaringen van appellant werden niet ondersteund door andere bewijsstukken of getuigen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep af en bekrachtigt het vonnis dat geen arbeidsovereenkomst is bewezen.