ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ2891
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.C. van der Vegt
- P.J.M. Bongaarts
- J. Swinkels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling foutenleer bij waardering vastgoedprojecten in fiscale eenheid
Belanghebbende, moedermaatschappij van een fiscale eenheid, betwistte een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over 2002. De aanslag betrof een bedrag van €144.554 dat door de dochtermaatschappij in rekening was gebracht voor vastgoedprojecten, welke in de fiscale eenheid waren ingebracht met een waarde van nihil. Belanghebbende stelde dat dit bedrag met toepassing van de foutenleer niet tot de winst behoorde omdat het betrekking had op werkzaamheden vóór de overdracht.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of het bedrag betrekking had op werkzaamheden vóór 22 juni 2001 en of de waarde van de projecten per 1 januari 2002 ten minste €144.554 bedroeg. Het hof nam aan dat de projecten een waarde hadden van meer dan nihil, maar oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het bedrag betrekking had op de periode vóór de overdracht.
De factuur en overige stukken boden geen inzicht in de opbouw van het bedrag of de toerekening aan de betreffende periode. Hoewel voorbereidende werkzaamheden aannemelijk waren, was niet aangetoond dat deze voor rekening van de opdrachtgever kwamen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Het hof wees ook een vergoeding van het griffierecht af en veroordeelde partijen niet in de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof bevestigt de navorderingsaanslag omdat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde dat het bedrag betrekking had op werkzaamheden vóór de overdracht.