ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ3449
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.M. Huijbers-Koopman
- H.A.W. Vermeulen
- I.L.P. Crombeen
- Rechtspraak.nl
Misbruik van recht bij vordering tot verwijdering knotwilgen binnen twee meter erfgrens
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de appellant het recht kan uitoefenen om knotwilgen binnen de twee-metergrens van zijn perceel te laten verwijderen of verplaatsen, en of de geul op het perceel van de geïntimeerde onrechtmatige hinder veroorzaakt. De knotwilgen staan al sinds mensenheugenis binnen de grens en zijn onderdeel van een beheersovereenkomst die het behoud van landschapselementen subsidieert.
De rechtbank had de vordering tot verwijdering afgewezen vanwege het ontbreken van een relevant belang bij appellant en het zwaarwegende belang van geïntimeerde bij het behoud van de bomen. Het hof bevestigt dit oordeel en kwalificeert de vordering als misbruik van recht, omdat appellant geen concreet bewijs van toekomstige hinder heeft geleverd en het belang van geïntimeerde bij het behoud van de bomen zwaarder weegt.
Ten aanzien van de geul oordeelt het hof dat appellant onvoldoende heeft onderbouwd dat de waterloop onrechtmatige hinder veroorzaakt. Er is geen bewijs geleverd van daadwerkelijke hinder sinds 2001, ondanks natte weersomstandigheden. De vordering tot demping van de geul wordt daarom eveneens afgewezen.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Maastricht en veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot verwijdering van knotwilgen wordt afgewezen als misbruik van recht en de vordering tot demping van de geul wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van hinder.