ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ3488
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.M. Brandenburg
- Chr.M. Aarts
- J.Th. Begheyn
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig gebiedsverbod en schadevergoeding aan ex-gedetineerde door gemeente Eindhoven
Appellant, een ex-gedetineerde zonder vaste woon- of verblijfplaats, kreeg van de gemeente Eindhoven een gebiedsverbod opgelegd dat zijn bewegingsvrijheid beperkte. Hij stelde dat dit verbod materiële en immateriële schade veroorzaakte, onder meer doordat hij geen woning in de gemeente kon betrekken. De rechtbank wees een deel van zijn vorderingen af, waarop appellant hoger beroep instelde.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het gebiedsverbod direct heeft geleid tot het ontbreken van woonruimte in de gemeente Eindhoven. Het Samenwerkingsmodel nazorg volwassen (ex-)gedetineerden verplicht gemeenten tot inspanningen, maar schept geen directe rechten voor burgers. De gemeente had inspanningen geleverd en voorstellen gedaan, maar appellant ging hier niet op in of voldeed niet aan voorwaarden.
Wel achtte het hof het gebiedsverbod een aantasting van de persoonlijke bewegingsvrijheid zoals bedoeld in artikel 6:106 BW Pro en kende een immateriële schadevergoeding van €1.500 toe. Daarnaast werd een deel van de advocaatkosten van €149 toegewezen, omdat juridisch advies redelijk was. Andere materiële schadeposten werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs of eigen keuze van appellant.
Het hof bekrachtigde het deel van het vonnis waarin onrechtmatig handelen van de gemeente werd vastgesteld, vernietigde het overige en veroordeelde de gemeente tot betaling van €1.649 plus wettelijke rente. De proceskosten werden gecompenseerd omdat partijen deels in het ongelijk waren gesteld.
Uitkomst: De gemeente Eindhoven is veroordeeld tot betaling van €1.649 schadevergoeding aan appellant wegens onrechtmatig gebiedsverbod.