ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ3526
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.A.J.Th. van Teeffelen
- W.Th.M. Raab
- P. Vlaardingerbroek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake bijdrageplicht voor kosten van bijstand bekrachtigd
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Breda waarin hij werd veroordeeld tot betaling van een bijdrage voor kosten van bijstand ten behoeve van zijn ex-echtgenote en minderjarige kind. Het hof oordeelt dat appellant als andere belanghebbende ontvankelijk is omdat het hoger beroepschrift tijdig is ingediend binnen drie maanden na bekendwording van de beschikking.
Appellant stelde dat hij destijds geen draagkracht had en overlegd IB60-verklaringen van de belastingdienst over de jaren 2002-2004. Hij verklaarde veelal in het buitenland te hebben verbleven en beperkte inkomsten te hebben gehad. Het hof constateert echter dat appellant onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn financiële situatie in die periode, mede omdat bewijs van inkomsten uit werkzaamheden ontbreekt.
De gemeente stelde dat appellant niet ontvankelijk was wegens overschrijding van de beroepstermijn, maar het hof gaat ervan uit dat appellant pas in juli 2012 kennis nam van de beschikking. De bestreden beschikking wordt daarom bekrachtigd. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, zodat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.