ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ4991
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- N.J.M. van Etten
- B.A. Meulenbroek
- M.G.W.M. Stienissen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad na beëindiging huurovereenkomst woonruimte
In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen een verhuurder en huurders van een woonruimte. De verhuurder had de huurovereenkomst opgezegd wegens dringend eigen gebruik en vorderde in eerste aanleg onder meer ontruiming van de woning. De huurders wonen er sinds 1985 met hun ernstig gehandicapte dochter die 24 uur zorg nodig heeft. De kantonrechter stelde het einde van de huurovereenkomst vast op 31 januari 2013 en veroordeelde de huurders tot ontruiming, maar wees de uitvoerbaarverklaring bij voorraad af.
De verhuurder stelde in hoger beroep een incidentele vordering in tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het eindvonnis. Zij voerde haar slechte financiële situatie en de wens om dicht bij haar hoogbejaarde vader te wonen aan. Het hof overwoog dat artikel 7:272 lid 1 BW Pro in principe uitvoerbaarverklaring bij voorraad verbiedt om huurders tegen ongerechtvaardigde ontruiming te beschermen. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden kan hiervan worden afgeweken, bijvoorbeeld bij misbruik van recht of kennelijk kansloos hoger beroep.
Het hof concludeerde dat de verhuurder geen nieuwe omstandigheden had aangevoerd die een afwijking rechtvaardigen en dat de belangenafweging niet volstaat. Ook was er geen bewijsaanbod toelaatbaar in dit incident. Daarom wees het hof de incidentele vordering af en hield de beslissing over de proceskosten aan tot de hoofdzaak. De hoofdzaak werd eveneens aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: De incidentele vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt afgewezen en de beslissing over proceskosten aangehouden.