ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ5001
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.M. Brandenburg
- A.P. Zweers- van Vollenhoven
- Y.L.L.A.M. Delfos-Roy
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid van buitengerechtelijke kosten na ongeval minderjarige
Op 7 augustus 2007 heeft de minderjarige zoon van appellante een ongeval gehad waarbij hij schade heeft geleden. Appellante stelde de gemeente aansprakelijk en vorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten die zij had gemaakt voor rechtsbijstand. De rechtbank wees de vordering af omdat de kosten de vastgestelde schade aanzienlijk overschreden en appellante onvoldoende feiten had gesteld om deze kosten toch als redelijk aan te merken.
In hoger beroep betoogde appellante dat de rechtbank een onjuiste maatstaf had gehanteerd en dat ook kosten gemaakt in een periode waarin de schade nog niet was vastgesteld, voor vergoeding in aanmerking komen. Het hof oordeelde dat aan de eerste redelijkheidstoets was voldaan, maar dat de omvang van de kosten niet redelijk was in verhouding tot de vastgestelde schade. Appellante had onvoldoende onderbouwd welke kosten boven het reeds betaalde bedrag redelijk waren.
Het hof bevestigde dat een dubbele redelijkheidstoets geldt voor buitengerechtelijke kosten: zowel de aanleiding als de omvang moeten redelijk zijn. Gezien het ontbreken van bijzondere omstandigheden en onvoldoende onderbouwing, kon het hof de kosten niet als redelijk aanmerken. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd en appellante werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep af wegens onvoldoende redelijkheid van de buitengerechtelijke kosten.