ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ5253
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- T. Rothuizen-van Dijk
- C.N.M. Antens
- S. Riemens
- Rechtspraak.nl
Schending zorgplicht assurantietussenpersoon bij beëindiging eigen risicodragerschap WAO
De Roode Leeuw was eigen risicodrager voor de arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO) en had hiervoor een Pembaverzekering bij Interpolis via Rabobank. Na verhuizing van bankzaken naar ABN Amro in 2005, werd de Pembaverzekering per 1 januari 2006 opgezegd. ABN Amro had de portefeuille doorgelicht en in overleg met De Roode Leeuw de verzekering beëindigd. De Roode Leeuw ging ervan uit dat zij terugkeerde naar het publieke bestel en dat het eigen risicodragerschap was beëindigd.
Het hof stelde vast dat De Roode Leeuw geen tijdige aanvraag had ingediend bij het UWV of de Belastingdienst om het eigen risicodragerschap formeel te beëindigen, waardoor zij vanaf 11 augustus 2008 aansprakelijk bleef voor de WGA-uitkering van een zieke werknemer. Interpolis had de schriftelijke garantie niet tijdig ingetrokken, maar het hof oordeelde dat dit geen tekortkoming jegens De Roode Leeuw was omdat de garantie een eigen verplichting van Interpolis jegens het UWV/Belastingdienst betrof.
ABN Amro werd als assurantietussenpersoon veroordeeld wegens schending van haar zorgplicht, omdat zij De Roode Leeuw niet heeft geïnformeerd over de noodzaak van een tijdige aanvraag voor beëindiging van het eigen risicodragerschap. De vergoedingsplicht van ABN Amro werd beperkt tot 90% van de schade wegens mede-veroorzaking door De Roode Leeuw. De vorderingen jegens Interpolis werden afgewezen en De Roode Leeuw werd veroordeeld tot terugbetaling van reeds ontvangen bedragen.
Uitkomst: ABN Amro wordt aansprakelijk gehouden voor 90% van de schade wegens schending zorgplicht; vorderingen jegens Interpolis worden afgewezen.