ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ6721
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betaling huur deels via bank en contant; nietigheid en bewijslastverdeling
Verhuurder had aan huurster woonruimte verhuurd van juni 1997 tot maart 2009. De huurprijs bestond sinds juli 2006 uit een bedrag van €346,25 via de bank en €200 contant per maand. Verhuurder vorderde betaling van achterstallige termijnen over september 2006 tot maart 2009.
Huurster voerde aan dat de afspraak over contante betalingen nietig was wegens strijd met goede zeden en dat zij vrijwel alle termijnen had betaald. Zij stelde dat de bewijslast bij verhuurder lag en dat verrekening met een waarborgsom mogelijk was. Het hof oordeelde dat de afspraak rechtsgeldig was en dat huurster zowel de bank- als contante termijnen moest voldoen. De huurprijsverhogingen waren onvoldoende onderbouwd door verhuurder, zodat de lagere huurprijs bleef gelden.
De bewijslast voor betaling lag bij huurster. Hoewel verhuurder geen kwitanties voor contante betalingen gaf, had huurster geen alternatieve bewijsmiddelen aangevoerd en had zij geen gebruik gemaakt van wettelijke middelen om bewijsnood te voorkomen. De bankafschriften toonden een tekort van €831,19 en er was geen bewijs van contante betalingen, waardoor een tekort van €6.000,- werd aangenomen.
De stelling dat een waarborgsom van fl. 1.000,- was betaald kon niet worden bewezen. Verrekening met deze waarborgsom werd daarom afgewezen. Het hof vernietigde het bestreden vonnis voor zover het de vordering van verhuurder afwees en veroordeelde huurster tot betaling van €6.831,19 plus wettelijke rente en de proceskosten.
Uitkomst: Huurster is veroordeeld tot betaling van €6.831,19 aan achterstallige huur plus wettelijke rente en proceskosten.