ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ9334
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- T. Rothuizen-van Dijk
- J.Th. Begheyn
- J. Hallebeek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling privaatrechtelijk beding gemeente inzake detailhandel en bestemmingsplan
In deze zaak staat centraal de vraag of een kwalitatief beding in een leveringsakte uit 1993, waarin het gebruik van een pand aan de [straatnaam 1] te [plaats] door de gemeente Eindhoven wordt beperkt, rechtsgeldig is en gehandhaafd kan worden. Het beding verbiedt onder meer de vestiging van een supermarkt in het pand, hetgeen door appellant werd aangevochten met beroep op onder meer artikel 6:259 BW Pro en artikel 6:248 lid 2 BW Pro.
De rechtbank had de vorderingen van appellant afgewezen, waarbij werd geoordeeld dat de gemeente een voldoende belang had bij handhaving van het beding en dat het niet onaanvaardbaar was appellant aan het verbod te houden. Het hof bevestigt deze beoordeling en overweegt dat het beding niet strijdig is met het bestemmingsplan of het algemeen belang, mede omdat de gemeente mogelijkheden biedt voor ontheffing of vrijstelling van het bestemmingsplan.
Het hof gaat ook in op de verhouding tussen beding A en B en wijst appellant's stelling af dat het vervallen van beding A ook het verval van beding B zou betekenen. Verder wordt geoordeeld dat het beding niet onredelijk is en dat geen sprake is van misbruik van bevoegdheid door de gemeente. Het hoger beroep wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep af, waarbij het privaatrechtelijke beding gehandhaafd blijft.