ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ9645
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijziging partneralimentatie na beëindiging dienstverband en wijziging woonlasten
Partijen zijn in 1973 gehuwd en zijn bij echtscheiding overeengekomen af te wijken van de wettelijke alimentatienormen, waarbij de man een hogere partneralimentatie aan de vrouw betaalt. De man verzocht om verlaging van deze alimentatie vanaf 1 januari 2012 wegens verlies van zijn dienstverband en een daling van zijn inkomen.
Het hof stelt vast dat partijen bewust zijn afgeweken van de wettelijke maatstaven en dat voor wijziging artikel 1:159 lid 3 BW Pro analoog moet worden toegepast. Het hof beoordeelt of er sprake is van een ingrijpende wijziging van omstandigheden die rechtvaardigt dat de vrouw ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten.
Hoewel de man zijn dienstverband bij DHL verloor en een lagere WW-uitkering ontvangt, heeft hij een ontslagvergoeding ontvangen die hij deels op een spaarrekening heeft gezet. Het hof acht het aannemelijk dat de man in staat is om nieuw inkomen te genereren en dat de beëindiging van het dienstverband geen ingrijpende wijziging vormt. Ook de stijging van de woonlasten wordt als gering beoordeeld, mede omdat de man samenwoont met een nieuwe partner.
De vrouw had in 2012 een inkomen boven de afgesproken vrijstelling, waardoor de alimentatie wordt aangepast conform het convenant. Het hof vernietigt de bestreden beschikking voor 2012 en stelt de alimentatie vast op € 1.130,49 bruto per maand voor die periode. Voor de rest wordt de beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt niet verlaagd wegens onvoldoende ingrijpende wijziging van omstandigheden, met uitzondering van een aanpassing voor 2012 op € 1.130,49 bruto per maand.