ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ9850
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.M. Brandenburg
- P.M. Huijbers-Koopman
- Y.L.L.A.M. Delfos-Roy
- Rechtspraak.nl
Betaling van premies voor ziektekostenverzekering tijdens faillissement
Appellant werd in 2009 failliet verklaard en was jarenlang verzekerd bij CZ voor ziektekosten. Na faillissement betaalde hij de premies niet meer, waarna CZ betaling vorderde van premies en eigen risico over de periode juni 2009 tot januari 2012, totaal €3.491,05. Appellant voerde verweer dat het om boedelschulden ging en dat de curator hem geen gelden ter beschikking stelde om te betalen. De kantonrechter wees de vordering toe en het hof bekrachtigde dit.
Het hof oordeelde dat volgens de Faillissementswet verbintenissen die na faillietverklaring ontstaan niet voor rekening van de boedel komen. Premies die na faillissement vallen en betrekking hebben op voortgezette dekking zijn eigen schulden van de failliet, ook al is de verzekeringsovereenkomst voor faillissement gesloten. De curator liet inkomsten aan appellant en zijn echtgenote, waaronder voor betaling van premies, en er was geen aanwijzing dat de curator de premies als boedelschuld op zich nam.
Appellants beroep op de Zorgverzekeringswet en op het niet beëindigen van de verzekering door CZ faalde. Ook de stelling dat een beschikking ex art. 21 Fw Pro. ontbrak, maakte de vordering niet anders. De hoogte van de vordering werd niet gemotiveerd betwist. Het hof verwierp alle grieven en veroordeelde appellant in de kosten.
Uitkomst: Het hof veroordeelt appellant tot betaling van de openstaande premies voor de ziektekostenverzekering en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.