ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ9984
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- N.J.M. van Etten
- W.H.B. den Hartog Jager
- M.G.W.M. Stienissen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verwijdering plantenbak nabij erfgrens in kort geding
Appellanten vorderden in kort geding de verwijdering van een houten plateau en een daarop geplaatste plantenbak binnen twee meter van de erfgrens van hun perceel, naast het pand van geïntimeerden. Eerder was het houten plateau deels verwijderd conform een regeling uit 2011, maar de plantenbak bleef staan. De voorzieningenrechter had de vordering tot verwijdering van de plantenbak afgewezen, waarop appellanten hoger beroep instelden.
Het hof oordeelde dat appellanten wel een spoedeisend belang hadden bij hun vorderingen, maar dat de plantenbak niet in strijd was met de regeling uit 2011, omdat deze niet expliciet het plaatsen van een plantenbak verbood. Verder werd geoordeeld dat de plantenbak niet als balkon of soortgelijk werk in de zin van artikel 5:50 lid 1 BW Pro kan worden aangemerkt, omdat deze niet bestemd of geschikt is voor betreding door personen.
Ook was er onvoldoende bewijs voor onrechtmatige hinder door lichtderving of ontsiering zoals appellanten stelden. De vordering om verdere bouwsels te verbieden werd eveneens afgewezen wegens vaagheid en onvoldoende onderbouwing. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde appellanten in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering tot verwijdering van de plantenbak af.