ECLI:NL:GHSHE:2013:CA0822
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.D.M. Lamers
- M.C. Bijleveld-van der Slikke
- S.W.E. Rutten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vader tot gezag en omgangsregeling na overlijden moeder
De vader verzocht het hof om hem met het gezag over zijn minderjarige dochter te belasten en een omgangsregeling vast te stellen, nadat de moeder, die het gezag uitoefende, was overleden. De rechtbank had deze verzoeken reeds afgewezen en de stichting belast met de voogdij over de dochter.
De vader en dochter hadden sinds 2006 geen contact meer, en door cultuurverschillen en communicatieproblemen verliep het contact moeizaam. De dochter verbleef sinds november 2012 in een pleeggezin en was nog bezig haar plek daarin te vinden. De stichting begeleidde het contact tussen vader en dochter, dat beperkt en begeleid was.
Het hof oordeelde dat het verzoek van de vader om het gezag te verkrijgen moest worden afgewezen omdat er gegronde vrees bestond dat bij toewijzing de belangen van de dochter zouden worden verwaarloosd. Ook wees het hof het verzoek tot een reguliere omgangsregeling af, omdat de huidige begeleide omgang het beste aansloot bij de draagkracht en het rouwproces van de dochter.
Het hof bekrachtigde daarmee de beschikking van de rechtbank Breda van november 2012 en wees het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader tot gezag en reguliere omgangsregeling af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.