ECLI:NL:GHSHE:2013:CA1387
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij pogingen tot overval op cafetaria’s
In hoger beroep is de verdachte vrijgesproken van de ten laste gelegde pogingen tot het plegen van overvallen op twee cafetaria’s. Het hof oordeelde dat niet buiten redelijke twijfel kon worden vastgesteld dat verdachte strafrechtelijk betrokken was bij deze pogingen. De bewijsmiddelen die door de rechtbank waren gebruikt, werden door het hof als onbruikbaar beschouwd omdat ze niet gebaseerd waren op eigen waarneming of wetenschap en bovendien inconsistent en wisselend van inhoud waren.
De verklaringen van de medeverdachte, die de verdachte als mededader aanwees, werden door het hof verworpen omdat deze medeverdachte in hoger beroep onder ede was teruggekomen op zijn eerdere belastende verklaringen. Ook de verklaringen van een familielid van de medeverdachte en een andere getuige werden met grote voorzichtigheid beoordeeld vanwege hun wisselende en tegenstrijdige aard en mogelijke partijdigheid.
Hoewel vaststond dat verdachte op de plaats van de tweede poging tot diefstal met geweld aanwezig was, kon niet overtuigend worden bewezen dat hij kennis had van of opzet tot medeplegen of medeplichtigheid aan deze poging had. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Middelburg en sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs van betrokkenheid bij pogingen tot overval.