ECLI:NL:GHSHE:2013:CA1643
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- P.M.A. de Groot-van Dijken
- P.Th. Gründemann
- J.H.C. Schouten
- Rechtspraak.nl
Geen belang meer bij verbod op storende handelingen na verhuizing
Appellante woonde sinds december 2008 in een appartement in een flatgebouw, waar zij overlast ervoer van geïntimeerden die op dezelfde galerij woonden. Zij vorderde in kort geding een verbod om contact met haar en haar huisgenoten te maken en een bevel tot ontruiming van de woning van geïntimeerden.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen af omdat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat geïntimeerden zich aan de gestelde gedragingen hadden schuldig gemaakt en omdat er geen spoedeisend belang was. Appellante stelde hoger beroep in tegen dit vonnis.
In hoger beroep stelde het hof vast dat appellante sinds oktober 2012 elders woont, waardoor het beoogde doel van het ontruimingsbevel reeds was bereikt en het spoedeisend belang voor het verbod op contact niet meer aannemelijk was gemaakt. Het hof oordeelde dat het gevraagde verbod te ruim en onvoldoende concreet was.
Daarom werd het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd en werd appellante veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen van appellante af wegens het ontbreken van belang na verhuizing.