ECLI:NL:GHSHE:2013:CA3997
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.E.M. Renckens
- J.H.J.M. Mertens-Steeghs
- W.Th.M. Raab
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep man inzake wijziging hoofdverblijfplaats en kinderalimentatie
Partijen zijn in 1988 gehuwd en hebben een dochter die in 1994 geboren is. Na echtscheiding is de hoofdverblijfplaats van de dochter aanvankelijk bij de vrouw vastgesteld met een maandelijkse kinderalimentatie van €300 door de man. Later wijzigde de rechtbank dit, waarbij de hoofdverblijfplaats bij de man werd bepaald en de kinderalimentatie van de man werd vastgesteld op nihil, terwijl de vrouw een kleine bijdrage moest betalen.
De man stelde zich op het standpunt dat de ingangsdatum van de nihilstelling van zijn onderhoudsbijdrage eerder moest worden vastgesteld en dat de vrouw een hogere bijdrage aan hem moest betalen. Tevens betwistte hij de draagkrachtberekening van de vrouw, stellende dat haar woonlasten lager waren omdat zij samenwoonde met een nieuwe partner.
Het hof overwoog dat de vrouw voorafgaand aan het hoger beroep had aangegeven af te zien van kinderalimentatie over een bepaalde periode en dat partijen hierover overeenstemming hadden bereikt. Het verzoek van de man om de ingangsdatum van de onderhoudsbijdrage te wijzigen werd afgewezen wegens late indiening en gebrek aan belang.
De draagkracht van de vrouw werd vastgesteld op €1 per maand, waarbij het hof het niet nodig achtte te beslissen of zij daadwerkelijk samenwoont. De proceskosten van het hoger beroep, bestaande uit griffierecht en eigen bijdrage van de vrouw, werden aan de man opgelegd. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en wees het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van de man af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank, waarbij de man in de proceskosten van de vrouw wordt veroordeeld.